Pagina's

dinsdag 25 juli 2023

Zandblauwtje



ZANDBLAUWTJE (Jasione montana)


- Zandblauwtje -
Rijk Planten Plantae
Stam Landplanten Embryophyta
Klasse Zaadplanten Spermatopsida
Orde - Asterales
Familie Klokjesfamilie Campanulaceae
Geslacht - Jasione
Soort Zandblauwtje Jasione montana

Het zandblauwtje (Jasione montana) is een eenjarige, overwinterende of tweejarige plant, die behoort tot de klokjesfamilie (Campanulaceae). Het is een plant van droge, kalkarme zandgrond: tussen het gras of op open plekken. Beschrijving De plant wordt 10-45 cm hoog. De stengels en bladeren zijn ruw behaard. Naar boven toe zitten er geen bladeren aan de stengel en is deze daar niet behaard. De bladeren hebben een gelobde rand. De onderste, stompe bladeren zijn omgekeerd eirond en de bovenste, vrij spits en lancet- tot lijnvormig. Stengelblad Het zandblauwtje bloeit van juni tot augustus met hemelsblauwe, soms witte of roodachtige bloemen. De bloemkroon is tot aan de voet gespleten. De stempels zijn kort en dik en de helmdraden zijn priemvormig. De bloeiwijze is een bolvormig hoofdje. De vrucht is een aan de top met twee poriën openspringende (dehiscente) doosvrucht. Ondersoorten Er kunnen twee ondersoorten onderscheiden worden: Jasione montana subsp. montana, die hoger en meer rechtop groeit en Jasione montana susbsp. litoralis, die in de kustgebieden voorkomt en kleiner en meer horizontaal groeit.

NIKON Z 5 ƒ/16 1/125 400 mm ISO 1000
19 juli 2023


NIKON Z 5 ƒ/16 1/100 220 mm ISO 1000
19 juli 2023


NIKON Z 5 ƒ/10 1/200 29 mm ISO 400
18 juli 2023


foto
tekst


foto
tekst


Ruige rudbeckia



RUIGE RUDBECKIA (Rudbeckia hirta)


- Ruige rudbeckia -
Rijk Planten Plantae
Stam Landplanten Embryophyta
Klasse Zaadplanten Spermatopsida
Orde - Asterales
Familie Composietenfamilie Asteraceae
Geslacht - Rudbeckia
Soort Ruige rudbeckia Rudbeckia hirta

De ruige rudbeckia (Rudbeckia hirta) is een eenjarige-, tweejarige of meerjarig plant. De soort komt van nature voor in Noord-Amerika en is min of meer ingeburgerd in Duitsland, Frankrijk en Wallonië. De soort wordt als sierplant gebruikt. Het aantal chromosomen is 2n = 38.[1] De plant wordt 50-100 cm hoog en heeft vertakte, rechtopstaande, borstelig tot zacht behaarde stengels. Het min of meer duidelijk drienervige, 8-30 cm lange en 0,5-7 cm brede blad heeft een grof getande, fijn getande of gave bladrand en is aan beide zijden grof behaard. De onderste bladeren zijn breed elliptisch tot lancetvormig of ovaal en hebben lange stelen. De stengelbladeren zijn ovaal, lancetvormig of langwerpig spatelvormig tot bijna lineair; de onderste zijn gesteeld, de middelste bladsteelachtig versmald en de bovenste zittend. De ruige rudbeckia bloeit vanaf juli tot in oktober. De bloeiwijze is een 4-8 cm groot hoofdje met 8-16 met meestal uniform gele tot geeloranje, elliptische, min of meer naar beneden gerichte lintbloemen (of met een kastanjebruine vlek) en 250 tot meer dan 500 zwartbruine buisbloemen. De 15-45 mm lange en 5-10 mm brede lintbloemen zijn aan de onderkant bezet met korte haren. De buisbloemen hebben aan de voet een puntige, lineair-lancetvormige stroschub, die ongeveer even lang is als de buisbloem. De 12–22 × 10–20 mm grote bodem van het hoofdje is halfbolvormig tot conisch. De in twee tot drie rijen gerangschikte, 10-15 mm lange en 2-3 mm brede omwindselbladen zijn afstaand of naar achteren gebogen en ruw behaard. De vrucht is een 1,5-2,7 mm lang nootje.

NIKON Z 5 ƒ/7,1 1/125 50 mm ISO 800
21 juli 2023


NIKON Z 5 ƒ/7,1 1/160 50 mm ISO 800
21 juli 2023


NIKON Z 5 ƒ/8 1/200 70 mm ISO 2500
28 juni 2023


foto
tekst


foto
tekst


Vierpuntsierwants



VIERPUNTSIERBLINDWANTS (Adelphocoris quadripunctatus))


- Vierpuntsierblindwants -
Rijk Dieren Animalia
Stam Geleedpotigen Arthropoda
Klasse Insecten Insecta
Orde Halfvleugeligen Hemiptera
Familie Blindwantsen Miridea
Geslacht - Adelphocoris
Soort Vierpuntsierblindwants Adelphocoris quadripunctatus

Vierpuntsierblindwants (Adelphocoris quadripunctatus) (synoniem: Adelphocoris annulicornis) is een wants uit de familie van de blindwantsen (Miridae). De soort werd het eerst wetenschappelijk beschreven door Johann Christian Fabricius in 1794.

Uiterlijk
De geelgroenachtige tot groenachtige wants heeft een lichtbruine tekening en kan 8 tot 10 mm groot worden. Het lichaam is bedekt met fijne zwarte beharing. Op het halsschild (pronotum) zijn vaak vier zwarte stippen aanwezig, vandaar de wetenschappelijke naam. (soms zijn het slechts twee vlekken of zijn ze helemaal afwezig). De soort lijkt sterk op Adelphocoris lineolatus.

Leefwijze
De soort kent één generatie per jaar en de volwassen dieren zijn te vinden van juli tot oktober. Ze overwinteren als eitje. De wants leeft van grote brandnetel (Urtica dioica) en soms op andere planten met name uit de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae).

Leefgebied
De wants komt voor in het Palearctisch gebied en is in Nederland zeer algemeen op hoge zandgronden en minder algemeen langs de kust.

NIKON Z 5 ƒ/20 1/100 90 mm ISO 1600
21 juli 2023


NIKON Z 5 ƒ/20 1/160 90 mm ISO 1600
21 juli 2023


NIKON Z 5 ƒ/20 1/100 90 mm ISO 1600
21 juli 2023


NIKON Z 5 ƒ/20 1/125 90 mm ISO 1600
21 juli 2023


maandag 24 juli 2023

Grote kattenstaart



GROTE KATTENSTAART (Lythrum salicaria)


- Grote kattenstaart -
Rijk Planten Plantae
Stam Landplanten Embryophyta
Klasse Zaadplanten Spermatopsida
Orde - Myrtales
Familie Kattenstaartfamilie Lythraceae
Geslacht Kattenstaart Lythrum
Soort Grote kattenstaart Lythrum salicaria

De grote kattenstaart (Lythrum salicaria) is een vaste plant uit de kattenstaartfamilie (Lythraceae). De soortaanduiding salicaria betekent: met blad dat lijkt op een wilgenblad.

Beschrijving
De plant heeft meestal tussen de 0,60-1,20 m lange, rechtopgaande, kantige stengels met vertakkingen. De 3-8 cm lange, lancetvormige tot eironde bladeren staan met twee of drie kruisgewijs tegenover elkaar, maar aan de top verspreid. De plant groeit in pollen met wortels tot een meter diep. De 1-1,6 cm grote bloemen groeien in schijnkransen uit de oksels van de bovenste bladen, elk heeft vier tot meestal zes kroonbladen en twaalf meeldraden. De paarsrode bloemen zijn gerangschikt in een tot 35 cm lange schijnaar. Ze zijn tweeslachtig en vertonen heterotristylie om zelfbestuiving te voorkomen. Dat betekent dat er drie soorten bloemen voorkomen (trimorf): kortstijlige bloemen met middellange en lange meeldraden middelstijlige bloemen met korte en lange meeldraden langstijlige bloemen met korte en middellange meeldraden. De bloeiperiode loopt van juni tot september.

Groeiplaatsen
De plant is zeer algemeen en te vinden op zonnige tot half beschaduwde plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, zwak zure tot kalkrijke gronden langs sloten, greppels, kanalen, meren, poelen, beken, en rivieren. Ook in grasland, bermen, lichte loofbossen, vochtige struwelen, drassige kapvlakten, moerassen, vochtige ruigten en in vochtige duinen en heiden.

Verspreiding
Grote kattenstaart vindt zijn oorsprong in de gematigde streken van Europa en Azië maar is gedurende de moderne tijd over vrijwel alle werelddelen verspreid. In Noord-Amerika vormt hij plaatselijk een plaag die wordt bestreden.

Ecologie
De grote kattenstaart is waardplant voor de kattenstaartdikpootbij en de gele kattenstaartaardvlo. Het boomblauwtje gebruikt onder meer de grote kattenstaart voor haar tweede generatie eitjes. De plant is nectarplant voor de grote vuurvlinder.

NIKON Z 5 ƒ/4,5 1/60 70 mm ISO 100
24 juli 2023


NIKON Z 5 ƒ/4,5 1/13 44 mm ISO 100
24 juli 2023


foto
tekst


foto
tekst


foto
tekst


Wilde marjolein



WILDE MARJOLEIN (Origanum vulgare)


- Wilde marjolein -
Rijk Planten Plantae
Stam Landplanten Embryophyta
Klasse Zaadplanten Spermatopsida
Orde - Laminales
Familie Lipbloemenfamilie Lamiaceae
Geslacht Marjolein Origanum
Soort Wilde marjolein Origanum vulgare

Wilde marjolein (Origanum vulgare) is een vaste plant uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). Wilde marjolein staat in supermarkten en tuincentra beter bekend als oregano, maar wordt ook weleens palingkruid genoemd. De soort is een in België wettelijk beschermde plant. Hij staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als algemeen voorkomend en stabiel of toegenomen. In Nederland is de plant sinds 1 januari 2017 niet meer wettelijk beschermd. Wilde marjolein komt voor op iets droge, matig voedselrijke grond van vooral dijkhellingen en op kalkgrond. Het is naaste familie van echte marjolein (Origanum majorana).

Beschrijving
De wilde marjolein groeit in gematigde streken, maar de hoeveelheid zon heeft een directe invloed op de smaak van de plant. De plant wordt 30–60 cm hoog en heeft een behaarde, rechtopstaande, vierkante, vertakte stengel. De zijtakken zijn meestal roodachtig aangelopen. De afwisselend staande, behaarde, eironde tot langwerpige bladeren zijn gaafrandig of hebben een gekartelde bladrand en meestal een spitse top. De bladeren zijn 25–40 mm lang en 4–30 mm breed. De bladsteel is 2–7 mm lang. Op de onderkant van het blad zitten klieren. De plant kan zich door middel van enigszins verhoute uitlopers sterk vermeerderen.

Bloei
De plant bloeit van juli tot in september met roze, zelden witte, tweeslachtige, zygomorfe bloemen, die in schermvormige pluimen staan. De vijftallige bloemkroon heeft een duidelijk tweelippige bovenlip en een drielippige onderlip. De kroonbuis is 4–6 mm lang. De vijf, donkergroene vaak met een paarse verkleuring, ongeveer 3 mm lange kelkbladen zijn vergroeid. De kelk heeft vijf tanden en is duidelijk korter dan de bloemkroon. De eironde tot elliptische schutbladen zijn donkerpaars, maar bij de witbloeiende planten groen. De vier meeldraden, waarvan er twee lang en twee kort zijn, liggen niet tegen de onderlip aan. De twee lange meeldraden steken buiten de kroonbuis. De twee vruchtbladen bestaan door een valse tussenwand uit vier hokjes en hebben een bovenstandig vruchtbeginsel met een lange stijl, die in twee stempels eindigt. De vierdelige splitvrucht bevat vier, gladde, 1 mm lange, langovale, bruine nootjes.

NIKON Z 5 ƒ/10 1/25 270 mm ISO 800
24 juli 2023


NIKON Z 5 ƒ/6,3 1/25 86 mm ISO 100
24 juli 2023


Z 5 ƒ/10 1/13 75 mm ISO 800
24 juli 2023


NIKON Z 5 ƒ/6,3 1/20 70 mm ISO 100
24 juli 2023


foto
tekst


zondag 23 juli 2023

Grote kaardenbol



GROTE KAARDENBOL (Dipsacus fullonum)


- Grote kaardenbol -
Rijk Planten Plantae
Stam Landplanten Embryophyta
Klasse Zaadplanten Spermatopsida
Orde - Dipsacales
Familie Kamperfoeliefamile Caprifoliaceae
Geslacht Kaardenbol Dipsacus
Soort Grote kaardenbol Dipsacus fullonum

De grote kaardenbol of wilde kaardenbol (Dipsacus fullonum, synoniem: Dipsacus sylvestris) behoort tot de kaardenbolfamilie (Dipsacaceae), in de 22e druk van de Heukels, of tot de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae), in de 23e druk van de Heukels. De ondersoort D. f. subsp. sativus wordt ook wel weverskaarde genoemd. De grote kaardenbol komt oorspronkelijk uit Noord-Afrika (Maghreb), Voor-Azië en Europa, maar komt tegenwoordig overal in de gematigde streken voor. In Nederland is de plant vanaf 1 januari 2017 niet meer wettelijk beschermd. De plant is tweejarig en kan 70–250 cm hoog worden. De bladeren zijn twee aan twee tegenoverstaand en de vergrote bladvoet werkt als opvangbakje voor water. De lila bloempjes zijn klein en ongesteeld en staan bij elkaar op een hoge ineengedrongen tros (hoofdje). Ze hebben een 5–9 cm lange gemeenschappelijke 'kelk' (het omwindsel). Elk bloempje heeft naast een eigen vergroeidbladig omwindseltje ook nog een kelk van stijve haren. Een bloempje heeft vier meeldraden, één stamper en een onderstandig vruchtbeginsel met één zaadknop. De bloei begint vanuit het midden van de bloeiwijze en bloeit tegelijk naar boven en beneden. Hierdoor zijn twee bloeiende ringen te zien. De kaardenbol produceert veel nectar en trekt daarom veel insecten zoals solitaire bijen en hommels. De zaden vormen een voedselbron voor zaadetende vogels, zoals putters. Economisch belang De bloemhoofdjes van de kaardenbol werden in de middeleeuwen gebruikt voor het ruwen van gevold wollenlaken. Hiertoe werden een aantal van deze kaardenbollen in een kruisvormige houten houder bevestigd. Later zijn er zelfs speciale machines ontwikkeld voor het ruwen van weefsels met behulp van de kaardenbol. De bloemhoofdjes werden daartoe op stalen pennen geregen. Een dergelijke machine staat nog opgesteld in het Nederlands Textielmuseum te Tilburg. (Zie afbeelding hieronder.) Als wolkaarde is de weverskaarde nooit gebruikt. De stekels van deze zaadbol zijn daar niet sterk genoeg voor. De weverskaarde werd vroeger in de Vaucluse (Zuid-Frankrijk) veel verbouwd en geëxporteerd naar onder meer Nederland, Rusland en Japan. Honderden hectaren waren in Zuid-Frankrijk in de 19e en 20e eeuw in productie. In 1862 was dat 2326 ha. Na 1968 was er nog één firma die de weverskaarde kon leveren, maar dat bedrijf sloot in 1985.

NIKON Z 5 ƒ/10 1/500 90 mm ISO 800
23 juli 2023


Z 5 ƒ/10 1/100 90 mm ISO 800
23 juli 2023


Z 5 ƒ/9 1/80 38 mm ISO 800 
21 juli 2023


foto
tekst


foto
tekst


Wilde peen



WILDE PEEN (Daucus carota)


- Wilde peen -
Rijk Planten Plantae
Stam Landplanten Embryophyta
Klasse Zaadplanten Spermatopsida
Orde - Apiales
Familie Schermbloemenfamilie Apiaceae
Geslacht - Daucus
Soort Wilde peen Daucus carota

Wilde peen (Daucus carota), ook wel vogelnestje genoemd, is een plant uit de schermbloemenfamilie (Umbelliferae of Apiaceae). De plant komt algemeen voor in de Benelux. De plant onderscheidt zich van de bekende oranjegele wortel of waspeen (Daucus carota subsp. sativa) door zijn penwortel die wit, vertakt en minder vlezig is. De geur van de wortel is echter onmiskenbaar. Wilde peen komt voor in droge graslanden, bermen, dijken en duinen. De plant wordt 30–90 cm hoog. Wilde peen is een tweejarige plant. De soort heeft koude nodig voor ze kan bloeien. In het tweede jaar, na de winter, gebruikt de plant de opgeslagen voedingsstoffen uit de wortel voor de verdere groei en ontwikkeling. De soort bloeit in juni tot de herfst met schermen. Het scherm bestaat uit vele stralen, waarvan de buitenste bij rijping in de vorm van een "vogelnestje" naar binnen zijn gebogen. De bloemetjes zijn wit of roze met in het midden van het scherm vaak een plukje zwart-purperachtig. De elliptische splitvrucht is 2–3 mm lang, die met vier rijen lange aan de top hakige stekels bezet is. De plant is stijf behaard en de bladeren zijn twee- tot drievoudig geveerd. De plant is rijk aan caroteen en vitamine B.

NIKON Z 5 ƒ/9 1/125 50 mm ISO 800 
21 juli 2023


NIKON Z 5 ƒ/9 1/160 50 mm ISO 800 
21 juli 2023


Z 5 ƒ/9 1/60 75 mm ISO 800 
21 juli 2023


Z 5 ƒ/9 1/80 62 mm ISO 800 
21 juli 2023


Z 5 ƒ/9 1/50 38 mm ISO 800 
21 juli 2023